|
WAAROM al dat LIJDEN ?!
Hoe kan God al dat lijden aanzien?
Waarom maakt Hij daar niet gewoon een
eind aan?
Waar komt het kwaad vandaan?
Voor de meesten van ons onbegrijpelijke
zaken, vooral als daarbij nog beweerd wordt dat God liefde is ook nog.
God
krijgt vaak de schuld. Maar dat is natuurlijk ook onze aard: de ander
de schuld geven. |
 |
ALS GOD BESTAAT,
WAAROM DAN AL DIE ELLENDE?
WAAROM DOET HIJ DAAR NIETS AAN ?
Hij heeft toch alle macht? En Hij is toch
een God van liefde? Waarom roept Hij dan geen halt toe aan al die
hongersnoden en aardbevingen en oorlogen? Waarom bevrijdt Hij ons niet
uit onze persoonlijke ellende?
En omdat wij dan geen antwoord krijgen laten wij Hem maar links liggen
of worden verbitterd tegen Hem.
God is liefde. Maar al was Hij
dat niet, dan bleef Hij toch God en wij maar schepseltjes.
|
Jesaja,
één van de oude profeten, zei eens:
Wee degene die de strijd aanbindt met
Hem door wie hij gevormd is - een potscherf tussen de potscherven. Zegt
de klei soms tegen de pottenbakker: Wat ben je eigenlijk aan het maken? of: Deze pot heeft niet eens oren!
(Jes. 45:9)
En door de mond van dezelfde profeet zegt
God: |
 |
|
Want zo hoog als de hemel
is boven de aarde, zo
ver gaan Mijn wegen jullie wegen te boven, en Mijn plannen
jullie plannen.
(Jes. 55:9) |
Job, die een flinke portie lijden te
verduren heeft gehad, had dit ingezien. Hij was rechtvaardig en
doorstond de beproeving die God in zijn leven had laten komen. Toch had
ook hij op een gegeven moment ook een grote mond opgezet.
|
 |
Helemaal aan het einde van het boek Job
lezen we:
En Jahweh vervolgde:
Een mens die met de Ontzagwekkende twist - kan hij Hem iets leren? Laat
hij die God terechtwijst op dit alles antwoorden!
En Job antwoordde Jahweh:
Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn
mond. Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal - en doe er
het zwijgen toe.
(Job 40:1-5)
Als wij een nederige houding aannemen
zoals Job, dan zal God ons vroeg of laat wel antwoorden.
|
God weet dat deze uitroepen van
"waarom?!" niet alleen opstandigheid zijn, maar ook voortkomen uit
vertwijfeling en uit een oprecht verlangen om te begrijpen wat er aan de
hand is.
Laten we bij het begin beginnen.
HOE ONTSTOND HET
KWAAD ?
God is liefde. Vanuit Zijn liefde heeft
Hij alles en iedereen geschapen.
Zijn eerste schepselen waren de engelen.
Liefde geeft de ander de vrijheid, om
Zijn liefde te beantwoorden... of niet.
Hij had alles zó kunnen maken dat
iedereen niet anders kon dan Hem lief te hebben en te gehoorzamen. Maar
dat wilde God niet, want waar geen vrijheid is, daar kan de echte liefde
niet groeien.
God heeft zichzelf kwetsbaar opgesteld.
|
De val van de satan
Voordat de mens geschapen werd vond er
iets verschrikkelijks plaats in de hemel: een engel - waarschijnlijk de
belangrijkste - viel. Onder andere in Ezechiël 28:12-19 kun je lezen wat
er in hem omgegaan is: ‘Lucifer’ begon meer en meer naar zichzelf te
kijken; de liefde die hij had gekregen om te geven richtte zich steeds
meer op hemzelf. Hij werd ijdel en trots en verlangde uiteindelijk in
macht gelijk te worden aan God.
Hij koos voor zichzelf in plaats van voor
God; hij koos voor zelfzucht in plaats van voor liefde… en hij viel. En
hij trok vele andere engelen met zich mee in zijn val. De haat was
geboren en alle kracht, intelligentie en vele andere gaven die hij en de
andere engelen van God hadden gekregen kwamen in dienst van die haat. |
 |
|
De
val van de mens
De aarde in al zijn pracht werd
geschapen. En God schiep de mens naar Zijn beeld en gaf hen een taak in
dat heerlijke paradijs:
|
|
 |
Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en
breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over
de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde
rondkruipen.
(Gen. 1:28)
Je kunt eigenlijk zeggen dat de mens als
onderkoning over de aarde werd aangesteld. Vanuit Gods
inspiratie en vanuit die vriendschapsband met Hem zou dat één
prachtige harmonie geworden zijn en de aarde één grote
openbaring van Gods gedachten en gevoelens. |
|
Maar de mens viel…in hetzelfde
gat als de satan: die van de zelfzucht. De mens kwam in de macht van de
satan en zij werden uit het paradijs verdreven. Ziekten en dood kwamen
in hun leven.
De eerst zo warme band met God maakte nu
plaats voor verdriet, angst, onzekerheid en eenzaamheid. Innerlijk nam
de bevuiling toe: egoïsme, haat, afgunst en smerige gedachten. En omdat
de aarde onder zijn verantwoordelijkheid viel, ging ook deze achteruit,
zelfs het dieren- en plantenrijk werden in hoge mate gewelddadig en
giftig. |
 |
Gevallen engelen, gevallen mensen – de
profeet Hosea beschreef 2750 jaar geleden het uiteindelijke gevolg
hiervan:
Er bestaat geen trouw en geen vroomheid meer, en
van God wil men niet meer weten. Zweren en liegen, moorden en stelen en
echtbreken zijn er schering en inslag, bloedbad volgt op bloedbad.
Daarom verdroogt het land en kwijnen al zijn bewoners weg; de vogels in
de lucht, de dieren op het veld, de vissen in de zee komen zelfs om.
(Hosea 4:1-3)
WAAROM GAF GOD HET
KWAAD BESTAANSRECHT ?
Toen God de mens in de hof van Eden
plaatste en ze waarschuwde voor de boom van kennis van goed en kwaad,
liet Hij daar ook de satan toe. In al Zijn liefde en pijn wilde Hij de
mens beproeven: zouden zij voor Hem kiezen en voor de liefde?
|
We weten het allemaal: de duivel won de eerste slag.
God had de satan direct kunnen
vernietigen, maar dat deed Hij niet. Gods achting voor Zijn schepselen
gaat zó ver, dat Hij zelfs degenen die tegen Hem kiezen bestaansrecht
laat.
Maar hij werd wel vervloekt:
...
stof zul je eten, je hele leven lang.
Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en
het hare, hij zal je kop verbrijzelen en jij hem de hiel.
|
 |
Liefde gaat ver
God zou God niet zijn als Hij niet juist
in die puinhoop een uitdaging zag nog meer van Zichzelf te laten zien en
nog meer van Zichzelf te geven.
Satan en zijn kornuiten hebben in Gods
volle tegenwoordigheid voor zichzelf gekozen. Zij zijn verstrikt geraakt
in zichzelf en God toont geen medelijden. Maar tegenover ons mensen
stelt Hij zich anders op.
|
 |
Ik ben God ontrouw geweest en beantwoordt
nog Zijn liefde vaak niet zoals de liefde dat vraagt. Mijn hart breekt
op z'n tijd, maar dan ervaar ik Zijn grote vergeving. Door de puinhopen
in mijn leven leer ik Gods liefde veel dieper kennen dan dat ik ooit
gekend zou hebben als ik niet gezondigd had.
En zo leer ik Zijn vergevingsgezindheid
kennen, Zijn geduld - Zijn grootheid in de liefde. Daardoor ga ik meer
van Hem houden en me meer aan Hem hechten. |
Wij mensen kunnen Hem dieper leren kennen
dan de engelen, door de heilige Geest zelfs de diepste geheimen van Zijn
hart,
geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen,
zoals Petrus ons in de Bijbel vertelt.
'Dankzij' het kwaad komt Gods
mentaliteit, Zijn goedheid, in het volle licht te staan. Paulus geeft
hier echter direct een waarschuwing bij:
zullen wij het kwade doen
zodat het goede eruit voortvloeit? Volstrekt niet! (Rom. 3:6). Dat
doen we dus ook niet ...
God heeft een onverwoestbare almacht en
een onverwoestbare liefde zodat Hij zelfs het kwade ten goede keert, en
hoe!
God laat het goede en het kwade zijn
beloop
Nu de mens ervoor gekozen heeft de vrucht
van kennis van goed en kwaad te nemen, moet hij die ook helemaal
nemen... en opnieuw kiezen.
Voor het goede kiezen houdt in: tijdelijk
lijden vrijwillig ondergaan (de zelfverloochening). Voor het kwade
kiezen houdt in: zelfverloochening ontlopen en tijdelijk en eeuwig
lijden tegemoet gaan.
Pas als een mens in allerlei opzichten
beproefd is geweest, en volhardt in zijn zelfzucht, kan hij of zij
veroordeeld worden.
En zo kan de oprechte mens pas volledig
één met Jezus worden, Zijn bruid zijn, als hij of zij alles overwonnen
heeft, alle duisternis uit zich weg heeft laten trekken.
Daar zal een gebaande
weg lopen, Heilige weg’ genaamd,
Geen onreine zal die
betreden.
Over die weg zullen zij gaan
Maar dwazen zijn er
niet te vinden.
Geen leeuw of roofdier
zal daar komen,
Geen enkel wild dier
dwaalt er rond,
Ze blijven er allemaal
weg,
Alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan.
Zij die Jahweh heeft bevrijd, keren terug.
Jubelend komen zij naar
Sion,
Gekroond met eeuwige
vreugde.
Gejuich en vreugde
trekken de stad binnen,
Gejammer en verdriet
vluchten eruit weg.
WAT IS DE FUNCTIE
VAN HET LIJDEN ?
Toen Adam en Eva gezondigd hadden, zei
God: vanaf nu zal lijden jullie deel zijn. Maar waarom? Was dat een
wraak?
Lijden zien wij als een vijand, logisch.
Toch zijn er mensen die dankbaar zijn dat zij lijden hebben gekend. Hun
geest is rijker geworden en hun hart wijder.
Als wij bijvoorbeeld een ontsteking
hebben doet dat meestal goed pijn - dat lichaamsdeel schreeuwt om
aandacht, gelukkig maar anders zouden wij het niet of te weinig opmerken
zodat het uiteindelijk ons lichaam kan verwoesten. Pijn vraagt om
verzorging, pijn drijft ons naar de dokter.
Toen Adam en Eva verleid waren door de
grootste ziektekiem die in het heelal rondhangt voegde God lijden toe.
Het lijden zou hen en ons bewust houden van de ziekte die we opgelopen
hebben. Het lijden moet ons terugdrijven naar de Geneesheer. Zonder
lijden zouden we eeuwig rondlopen met onze ziekte.
God voegde lijden toe. Dat was een uiting
van Zijn liefde. In het boek Job wordt iets van die sluier opgelicht:
Juist door de ellende redt Hij de
ellendige en door de verdrukking opent Hij hun oor. Zo lokt Hij ook ú
uit de muil van de nood. (Job. 36:15)
Het lijden is dus vaak een medicijn.
Door zondigen slibt het hart dicht en
wordt het hard. Dan is het voor God bijna niet meer bereikbaar. Hij wil
ons van bekering spreken, maar dat horen wij niet graag. Hij wil ons
redden van een verschrikkelijke vernietiging, maar dat beseffen wij
nauwelijks. Daarom laat God lijden toe - het kan ons bereidvaardiger
maken om te horen.
Lijden is een redplank voor hen die lijden.
Wees attent als je lijdt, want de reddingsboei word je toegeworpen.
Het gevaar waarin wij verkeren is zó
ernstig, lijden toont ons die ernst.
En lijden helpt ons onze zonden én de
veelbelovende wereld los te laten.
Laten wij ons niet overgeven aan
opstandigheid, bitterheid, zelfmedelijden, of vlucht in allerlei
schijntroost, want juist dit gedrag houdt de bevrijding bij ons weg.
Zonder lijden is er geen herstel; zonder
weeën is er geen geboorte van nieuw leven. In dat licht spreekt Jezus
dan ook als Hij het heeft over de eindtijd:
Jullie zullen berichten horen over
oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die
dingen moeten namelijk gebeuren…
(Matt. 24:6)
HEEFT LIJDEN VOOR
EEN GELOVIGE NOG ZIN ?
Wij hebben allemaal te
lijden omdat wij in een gebroken wereld leven, vol ziekten, ongelukken
en liefdeloosheid in alle vormen. Daar kunnen we niet aan ontsnappen, al
zouden we het klooster invluchten.
Maar ... en dat is een groot wonder: voor
iemand die zichzelf volkomen aan God heeft toevertrouwd wordt het lijden
een dienstknecht van zijn geluk, hoe raar dat ook klinkt.
Niets zal jullie kunnen schaden.
belooft
Jezus, en Paulus voegt eraan toe:
En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie
volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles ten goede wordt gekeerd.
(Rom.
8:28). Zelfs de problemen dus en het schijnbaar zinloos lijden. Maar
hoe?
|
 |
Problemen en ellende duwen ons naar God
toe
Problemen en momenten van lijden zijn traptreden naar God toe. Als je
Hem eenmaal hebt leren kennen ga je bij Hem schuilen als je het
moeilijk hebt. En hoe moeilijker je het hebt, hoe dieper je bij
Hem wegschuilt. Hoe dieper je bij Hem wegschuilt, hoe beter je
Hem leert kennen en hoe rijker, vrijer en blijer je wordt.
Een andere reactie op lijden zou
verbittering kunnen zijn, maar dat leidt tot niets goeds.
|
De Bijbel vergelijkt Jezus verschillende
malen met iemand die zilver of goud loutert. Door het edelmetaal te
verhitten smelt het en komen de onzuivere bestanddelen naar boven
drijven, zodat ze verwijderd kunnen worden. Zo moeten wij ook van tijd
tot tijd de 'oven' in om het kwade en goede in ons te scheiden. Zonder
lijden gaat dat gewoon niet. Pijn haalt het goede en het slechte in ons
naar boven en het ligt aan onze gezindheid aan welke van die twee wij
ons zullen hechten.
Lijden vormt
Als je bijvoorbeeld het verlangen hebt
meer liefde te bezitten, dan kan het zijn dat God iemand in je omgeving
brengt die je geweldig irriteert. Je moet vechten en worstelen om hem of
haar lief te hebben. Maar juist door deze strijd heen wordt je sterker
in de liefde, als je tenminste strijdt vanuit je relatie met Jezus.
Dankzij dit probleem en deze strijd krijgt Christus' gezindheid meer
vorm in je. Het is het boetseren van je karakter door de pottenbakker.
Ook Jezus moest door lijden heen gevormd
worden. Niet dat Jezus zondig was, maar Hij moest in zijn jeugd getraind
worden te heersen over zijn menselijke natuur, ook zijn karakter moest
gevormd worden. In de Hebreeënbrief wordt dit aangetipt:
Hoewel hij zijn Zoon was, heeft hij
moeten lijden,
en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd.
(Hebr. 5:8)
Dus hoeveel te meer wij!
Lijden doet ons
ook vaak de zin van het leven
realiseren
en duwt de minder
belangrijke dingen naar de achtergrond.
Lijden maakt sterk
De rechtvaardige treft menige rampspoed,
maar Jahwe redt Hem uit dit alles. (Psalm 34:20)
Ons zelfvertrouwen wordt zo omgezet in
Godsvertrouwen.
|
 |
Met Hem zijn wij meer dan
overwinnaars,
zegt de Bijbel. Wij hebben een goddelijke overwinningskracht ontvangen
door de doop in de heilige Geest. Alle problemen en lijden dat op ons
afkomt trainen ons in het hanteren van die kracht. Onze geestelijke
spieren worden zo getraind zodat wij ook anderen in hun moeilijkheden
kunnen helpen. |
Iemand die getraind is om alles vanuit
Gods standpunt te bezien - het doel te zien waar alles toe leidt - zal
het lijden met grotere moed en vaker zelfs met vreugde kunnen dragen.
Kaleb, een van de twaalf verspieders uit Mozes' tiid, was zo iemand.
Toen hij problemen, zo groot als reuzen, op zich af zag komen
(letterlijk reuzen), werd hij enthousiast:
Laat ze maar komen, ze zijn voor mij als eten!
Eén van de reuzen die op de gelovigen
afkomen, of af zullen komen, zijn vervolgingen. De Bijbel belooft het:
Allen die vroom en in eenheid met Christus
Jezus willen leven, zullen worden vervolgd.
(2 Tim. 3:12)
De gelovigen zullen erdoor gelouterd
worden, de wereld zal beter zien wie Jezus is, en de kerk zal erdoor
groeien. Dit leert de geschiedenis ons.
|
Lijden
leert ons medeleven
Mensen die veel lijden hebben
gekend kunnen anderen vaak veel beter troosten, bemoedigen, helpen en
dat leven en die liefde doorgeven die ze zelf van God ontvangen hebben
gedurende hun moeilijke tijden.
Hij troost ons in alle tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te
troosten in al hun noden.
(11 Cor. 1:4)
|
 |
Lijden kan voor een
gelovige ook een bestraffing zijn
Als wij ons tot zonde laten verleiden,
dan roept God ons zo tot inkeer. En zo beschermt hij ons tegen de
gevolgen van de zonde: vernietiging. Het is dan een bescherming.
Kind, minacht de tucht van de Heer niet,
Laat u door zijn straf niet ontmoedigen.
Want de Heer tuchtigt hen die Hij
liefheeft,
Hij straft ieder die Hij als zijn kind
erkent.
Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden.
(Hebr. 12:5-7)
|
 |
Iedereen
die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik.
Zet u dus volledig in en breek met het
leven dat u nu leidt.
Ik sta voor de deur en klop aan.
Als iemand Mijn stem hoort en de deur
opent,
zal Ik binnenkomen, en we zullen samen
eten,
Ik met hem en hij
met Mij.
Wie overwint zal samen met Mij op mijn
troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb
en samen met mijn Vader op zijn troon
zit.
(Openb. 3:19) |

Kom, laten wij
teruggaan naar Jahweh !
Hij heeft ons
verscheurd, Hij zal ons genezen;
De hand die sloeg, zal
ons verbinden.
Hij redt ons na twee
dagen van de dood,
De derde dag doet Hij
ons opstaan:
In Zijn nabijheid
zullen wij leven.
Dan zullen wij Hem
kennen
Eernaar jagen om Jahweh
te kennen.
Even zeker als de
dageraad zal Hij komen,
Hij komt naar ons als
milde regen,
Als de lenteregen die
de aarde drenkt.’
LIJDT GOD OOK ?
In Genesis staat er wat er door God heen
ging in de tijd kort voor de zondvloed:
Jahweh zag dat alle mensen op aarde
slecht waren:
alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.
Hij kreeg er spijt
van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst.
(Genesis 6:5-6)
Als we de Bijbel lezen zullen we regelmatig Gods verdriet naar boven
zien komen,
vooral in de boeken van de profeten.
In het boek van Hosea bijvoorbeeld
vergelijkt God zich met een man die een innige liefde voor zijn vrouw
heeft maar aan moet zien dat zij voortdurend overspel pleegt. En die
andere mannen brengen haar niet eens geluk, integendeel.
God lijdt intens
Hij heeft een onvoorwaardelijke liefde
voor ons, mensen, maar ziet ons voortdurend wegdwalen naar andere goden:
geld, eigen eer, allerlei genotmiddelen, astrologie, waarzeggerij,
enzovoorts. Het zijn allemaal goden die ons geen geluk, redding of goede
raad kunnen geven.
|
 |
Vroeger hoorde ik vaak vertellen dat
niemand in de geschiedenis zó geleden heeft als Jezus. Dat verbaasde me;
er zijn er veel die lichamelijk veel meer geleden hebben. Totdat
mijn ogen open gingen: Jezus heeft op verschillende fronten tegelijk
geleden. En op lichamelijk vlak was dat al ongelofelijk zwaar, want we
kunnen in de Bijbel lezen dat Jezus al onze ziekten op zich heeft
genomen.
Maar ook onze zonden heeft Hij op zich
genomen. Al die rotzooi die het hart van zijn Vader zo krenkt moest Hij
uit die beker drinken en de dood mee in sleuren. En voor dat moment
moest de Vader afstand van Hem nemen, Jezus werd een vervloekte. Hier
had Jezus enorm tegenop gezien. Hij had bij de gedachte hieraan bloed
gezweet van angst.
|
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?!
Alle helse krachten, alle duivelen
wierpen zich op Hem. Drie uren lang was het volkomen duister, daarna
beefde de aarde en scheurden de rotsen.
En dwars door dat alles heen had Hij een
lijden te dragen dat God sinds het begin van de mensheid te dragen had:
de pijn van een volmaakte Minnaar die afgewezen wordt, afgewezen door de
mensen waarvoor Hij het deed.
Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar
toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen
brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar
jullie hebben het niet gewild.
(Matt. 23:37)
Maar zelfs op het hoogtepunt van Zijn
lijden verhardde Jezus zijn hart niet. Hij is open gebleven, en vol
liefde zelfs. Wat een God!
God gaat geen pijn uit de weg.
Hij vereenzelvigt zich zelfs met iedereen
die lijdt, Hij lijdt mee. Hij houdt van ons.
God heeft zijn eigen pijn, maar lijdt
toch de pijn mee van die schepselen die Zijn lijden veroorzaken.
Zou je je niet aan zo Iemand kunnen
toevertrouwen?

Wat moet ik met je beginnen, Efraïm?
Wat moet ik met je beginnen, Juda?
Want jullie liefde is
als een ochtendnevel,
Als dauw die ‘s morgens
vroeg verdwijnt.
Daarom heb ik jullie gedood met de woorden die
ik sprak,
Jullie neergehouwen door
mijn profeten;
Zo brak het volle licht
van mijn recht door.
Want liefde wil ik, geen offers;
Met God vertrouwd zijn
is meer waard dan enig offer.
WAT DOET GOD AAN
ONZE ELLENDE ?
Op
de eerste plaats heeft God totaal geen plicht om iets aan onze ellende
te doen, gezien vanuit het punt van rechtvaardigheid. Toch werkt Hij en
veel harder en dieper dan dat
wij vermoeden.
Als God zou dwingen en forceren zouden
wij Hem duidelijker zien werken, maar zo werkt Hij niet. Hij heeft ons
vrijheid gegeven die Hij zelf diep eerbiedigt. Hij heeft óns de
verantwoordelijkheid over de schepping en elkaar gegeven en Hij zal
niet buiten ons om willen werken, maar juist door ons heen. Hij
eerbiedigt ons als 'onderkoning'.
Maar God kan al dat lijden toch niet aanzien?
Nee, dat kan Hij ook niet. Hij lijdt zelf
heviger dan wie dan ook. Het is immers Zijn schepping die stuk is, Zijn
schepselen die de mist in gegaan zijn. Maar Hij laat zich door die pijn
niet verleiden om het probleem oppervlakkig op te lossen.
Het eerste wat moet gebeuren voor
herstel, is de mens terugkrijgen naar waar hij was vóór de zondeval,
namelijk in open gemeenschap met God. En om dat te bewerken is Jezus
gekomen.
|
 |
God is rechtvaardig, zonde moet gestraft
worden. Jezus nam die zonde, die ons scheidt van
God en de straf ervoor op zich. Hij stierf de dood die wij
volgens Gods wet hadden moeten ondergaan. Toen
Jezus stierf scheurde het voorhangsel van de tempel van boven
naar beneden doormidden als teken dat de scheiding tussen God en
de mens weggenomen is. |
Aan het kruis is niet alleen onze
verzoening bewerkt. Ook de kracht van onze zelfzuchtige natuur is er
gebroken evenals de kracht van de boze geesten die ons gevangen houden
in zonde en ziekte. Maar ook onze ziekten en pijnen zijn door Jezus
gedragen. En als kroon op dit alles is Hij uit de dood opgestaan en is
Hij bereid dit overwinningsleven te geven aan een ieder die wilt.
Opnieuw geboren worden noemt Jezus dit en dat is het ook!
Wie hem wel ontvingen en in
Zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God
te worden. Zij zijn
niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit
de wil van een man, maar uit God.
(Joh. 1:12)
Op het moment dat wij Zijn kind worden,
vallen we pas onder Zijn verantwoordelijkheid en dat is pas het begin
van het werkelijke herstel.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw,
belooft Jezus ons met deze
woorden in het laatste boek van de Bijbel en dat doet Hij op de eerste
plaats in ons persoonlijk als wij Hem tenminste de ruimte ertoe geven.
Bidden, in de Bijbel lezen en samenkomen met andere christenen zijn daarbij
belangrijke zaken.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw
en dat doet Hij in je omgeving
als je Hem gaat dienen.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
Hij steekt als eerste Zijn hand naar ons uit, Hij zet de eerste stap.
Ongelofelijk! Toch zullen de meesten die uitgestoken hand tot het einde
toe negeren.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
Hij moet het wel, want wij kunnen het niet. En Hij zal komen met
macht en grote heerlijkheid, om uiteindelijk alle kwaad uit te
bannen en alles te herstellen. Hij zal komen als Koning!

Op deze berg richt
Jahweh van de hemelse machten
Voor alle volken een
feestmaal aan:
Uitgelezen gerechten en
belegen wijnen,
Een feestmaal rijk aan
merg en vet,
met pure, rijpe wijnen.
Op deze berg vernietigt
hij het waas
Dat alle volken het
zicht beneemt,
De sluier waarmee alle
volken omhuld zijn.
Voor altijd doet hij de
dood teniet.
Jahweh God wist de
tranen van elk gezicht,
De smaad van zijn volk
neemt hij van de aarde weg
- Jahweh heeft
gesproken.
Op die dag zal men zeggen: Hij
is onze God!
Hij was onze hoop:
hij zou ons redden.
Hij is Jahweh, hij
was onze hoop.
Juich en wees blij: hij heeft ons
gered!’
|
 |
WELK LIJDEN HOEVEN
WIJ NIET TE ONDERGAAN ?
Wij kennen het allemaal wel: eenzaamheid, angst, kwalen, rusteloosheid,
verslaving, ziekte, moedeloosheid. Wij zijn als kinderen die van huis zijn
weggelopen en verdwaald zijn geraakt in een groot eng bos. We proberen
de weg terug te vinden naar daar waar geborgenheid, gezondheid en geluk
is. Maar wie weet de weg? |
|
Ik ben de Weg,
zegt Jezus.
Als we toegeven dat we door eigen schuld
verdwaald zijn geraakt, dan zal het wel niet zo moeilijk vallen om
Jezus' hand vast te pakken en ons door Hem terug te laten brengen. Maar
als wij daar te trots voor zijn, als wij per se ons eigen weggetje
willen zoeken, dan komen wij verkeerd uit.
|
 |
Of als wij ons door de duivel gevangen laten houden met vals genot, dan
wordt het onmogelijk ooit weer thuis te kunnen komen.
Voortdurend de zonde loslaten en Jezus'
hand vastpakken is de enige weg terug. Heel veel lijden zou zó van ons
af kunnen vallen.
Komt allen tot Mij die vermoeid en
uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting
schenken”
(Matt. 11:28)
En wie werkelijk tot Hem komt, God
persoonlijk ontmoet, diens ziel zal volstromen met geluk, zó vol dat het
over gaat stromen. Dan valt onze schuld van ons af door Zijn vergeving,
en Hij neemt de verantwoordelijkheid voor onze fouten op zich en zal ons
helpen.
Als je je inderdaad met heel je wezen aan
Hem geeft valt er zoveel van je af dat je in het begin het gevoel hebt
zo naar de hemel te zweven.
Angst en vrees vallen dan van ons af door
het grote vertrouwen dat Hij inboezemt.
Eenzaamheid en rusteloosheid zullen
verdrinken in Zijn liefde.
En over dat alles een heerlijke saus van
blijdschap!
Bij die ontmoeting met Jezus en het één
worden en blijven met Hem, valt al het lijden dat aan onze ziel knaagt
weg.
Maar ...
Wij zijn zo gewend om droevig, bezorgd,
geërgerd, bang en zwak te zijn, of hard, trots, overmoedig, en zo gewend
om voor onszelf te moeten zorgen, dat wij gemakkelijk terugvallen in ons
oude levenspatroon.
Maar daarom hebben wij het Woord van God
gekregen, het voedsel voor het nieuwe leven, Gods opvoeding voor ons.
Tegen zorg en angst en neerslachtigheid:
Zoek eerst het Koninklijk van God,en al het andere zal u bovendien
geschonken worden
(Matt. 6:33)
|
Als wij God de eerste plaats geven in ons
leven, dan zorgt Hij volkomen voor ons.
Schuift al uw zorgen op Hem af, want
Hij zorgt voor u.
Weest
onbezorgd (I Petrus 5:7)
Bezorgdheid is zelfs zonde, het is
ongeloof in Gods liefde. |
 |
Mij is gegeven alle macht in hemel en op
aarde... en zie, Ik ben met u alle dagen, tot aan
de voleinding van de wereld
(Matt.
28:20)
Vrees niet.
Dit woord schijnt 365 maal in de Bijbel te staan, voor iedere dag van
het jaar één pil. Vrees is ongeloof in Gods macht en liefde voor ons.
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u
nogmaals: wees altijd verheugd.
(Fil. 4:4). Het mag, het moet.
Neerslachtigheid is een groot kwaad voor de ziel. Er is veel reden tot
blijdschap als onze ogen geopend zijn om God te zien en de overwinningen
en schatten die Hij aanbiedt, Zijn liefde voor u!
Genezing is een van de schatten die God
aanbiedt
|
 |
Hij was het die onze ziekten droeg, die
ons lijden op zich nam… Om onze zonden werd hij doorboord, om onze
wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen
brachten ons genezing.
(Jes.
53:4-5)
Er wordt vaak gezegd dat ziekte een kruis is dat wij moeten dragen.
Op de eerste plaats is het kruis waar
Jezus van spreekt iets dat wij dagelijks op moeten nemen als wij zijn
discipel willen zijn. Ziekte neem je niet op. Het kruis waar Jezus van
spreekt is het kruis waarop onze ik-gerichtheid genageld moet worden;
Hij wil dat wij onszelf verloochenen. |
Op de tweede plaats is ziekte een
aantasting van ons lichaam of onze geest die door God geschapen is; het
is dus onze vijand én Gods vijand. Op de derde plaats kunnen we in de
evangeliën lezen dat Jezus iedere ziekte en kwaal genas en nooit tegen
iemand, die naar Hem toekwam, zei: 'dit kruis zul je moeten dragen'.
|
Laat iemand die ziek is de
oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem
bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het
gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten
opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven
worden. Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u
genezen. (Jac.
5:14-16) |
 |
Hij zond zijn woord en genas hen
(Psalm 107:20). God zendt zijn Woord
om te genezen. Nemen wij het Woord met een open, gelovig hart aan, dan
gaat het zijn werk in ons doen, en niet alleen op lichamelijk gebied.
|
 |
Wil je alles weten waarin God ons wilt herscheppen, dan zult je de hele
Bijbel moeten lezen!
God heeft alles geschapen door het woord:
Hij sprak en het was er.
Zo wilt God alles in je herscheppen door
tot je te spreken door Zijn woord, de Bijbel.
De liefde en kracht die voor ons
klaarliggen is onnoemelijk groot.
|
Maar wij zijn als mensen die aan een heel
rijk gedekte tafel zitten, maar in een hoekje kruimeltjes zitten te
eten. Dat zal de gastheer niet leuk vinden! Maar zo zijn wij, zo is de
kerk. Geen wonder dat bijna niemand hier meer zin heeft in het
christendom.
God wacht dat wij gaan bidden om een
werkelijke uitstorting van de heilige Geest, en dat wij onze lompen uit
zullen doen en ons zullen bekleden met de koninklijke gewaden die voor
ons bestemd zijn.
God wacht dat wij ons alles gaan
toe-eigenen wat ons toekomt: uit liefde voor Hem, uit zelfrespect en uit
liefde voor alle mensen om ons heen.
DE
TROOSTER
|
 |
Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want
indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik
heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
(Joh. 16:7)
Stel je je eens voor dat Jezus bij je in
huis zou wonen! Toch zegt Jezus dat het beter is dat Hij weggaat zodat
de Helper, de heilige Geest, kan komen. |
Jezus is weggegaan, maar voor velen is de
heilige Geest niet gekomen.
Waarom niet? Omdat veel gelovigen niet
werkelijk hun gehele hart op God richten, en dus ook niet op het idee
komen om voor de uitstorting van de heilige Geest te bidden.
|
Degene die de heilige Geest in hun hart ontvangen, ontvangen een intens
contact met God, dat gepaard gaat met grote blijdschap en liefde. Hij is
het die ons van binnenuit gaat vullen en veranderen. Hij geeft een nieuw
hart, het versteende hart verbreekt hij. |
 |
Wordt vervuld met de Geest
(Ef. 5:18). Het is een (heerlijk) gebod.
Door de inwoning van Gods Geest in ons hart hebben wij een voortdurend
open contact met Jezus, met God. Als Jezus in ons huis zou wonen, dan
zouden we voor aandacht steeds onze beurt moeten afwachten. Nu niet.
|
De heilige Geest is de Helper, de
Trooster
|
|

|
God verlangt ernaar je te troosten en te
helpen, je kracht te geven. Hij verlangt ernaar dicht bij je te komen,
zodat je je hart bij Hem uit kunt storten.
Hij weet hoe moeilijk het
leven kan zijn. Hij lijdt met je mee en Hij wil dat je dat weet, dat je
Hem gaat ervaren. Hij wil je helpen. Hij wil voor je strijden. Aan het
kruis heeft Jezus alles volbracht: al je problemen, verdriet, wanhoop,
ziekte is door Hem gedragen; je zult het ervaren als je tot Hem nadert. |
Roep Hem aan. Lees de psalmen en zie
hoe David tot God naderde en Hem alles durfde te zeggen. Verwacht alles
van Hem en Hij zal alles voor je zijn!
Werp al je zorgen en leed op Hem, dat
verlangt Hij van je
En hoe Hij je zal helpen? Laat dat maar
aan Hem over. Hij zal het in ieder geval grondig doen.
God houdt van je. Hij wacht op je. Hij
dringt zich niet op, maar Hij biedt zich aan. Ga vanavond of nu op je
knieën, vraag vergeving voor al je misstappen, spreek je geloof en
vertrouwen in Hem uit, en bid om de vervulling met de heilige Geest.
Als u dus, hoewel u slecht bent, goede
gaven weet te geven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal
dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie erom vragen”
(Matt. 7:11)
En weet je wat er gebeurt als je die
volle gemeenschap met God gaat ervaren? Veel vragen die voor die tijd zo
belangrijk voor je waren, zoals alle vragen over het lijden, zullen
wegvallen. Ze zullen wegsmelten in de liefde van Jezus die je dan zult
ervaren, en wegspatten in vreugde omdat je Hem gevonden hebt: je God, de
bron van alle liefde en leven en kracht en heerlijkheid. Zijn liefde
voor je is zo groot, zo persoonlijk en zo trouw, daar kan geen mens
tegenop!
Mijn
plan met jullie staat vast - spreekt Jahweh.
Ik heb
jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk:
Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.
Jullie
zullen mij aanroepen en tot Mij bidden,
En ik zal naar jullie luisteren.
Jullie
zullen Mij zoeken en ook vinden,
Als jullie Mij tenminste met hart en ziel zoeken.
Ik zal
me door jullie laten vinden - spreekt Jahweh –
En Ik zal in je lot een keer brengen.


|