 |
INLEIDING
Maria, een vrouw die wel een heel
bijzondere taak heeft gehad. Probeer je maar eens in te leven dat jij ervoor
uitgekozen zou zijn geweest, hoe je je gevoeld zou hebben, het is werkelijk
indrukwekkend!
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
riep zij uit tot Elizabeth, niet lang nadat de engel Gabriël bij haar op bezoek
was geweest.
|
 |
Maria…
Een vrouw die in de katholieke en orthodoxe kerk veel aandacht krijgt en bij protestanten nauwelijks.
Voor vele gelovigen speelt zij een grote rol, soms zelfs groter dan die van
Jezus.
Zij wordt vaak als een onmisbare middelaarster gezien om Gods genade te kunnen
ontvangen.
De protestantse kerken struikelen hierover.
Maar wat zegt de Bijbel? |
In Handelingen, hoofdstuk 17, vers 11, zegt Paulus:
De Joden in Berea waren welwillender
('nobeler van geest'
zegt een andere vertaling)
dan die in Tessalonica, want ze luisterden vol
belangstelling naar de verkondiging van het evangelie en bestudeerden dagelijks
de Schriften om te zien of het inderdaad waar was wat er werd gezegd.
Laten we vanuit Maria het Evangelie bezien en vanuit de Schriften Maria.
|
DE BELOFTE VAN DE MESSIAS
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven; de
heerschappij rust op Zijn schouders. Deze namen zal Hij dragen: Wonderbare
raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is zijn
heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop
gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid.
(Jesaja 9:5-6). |
|
 |
Deze profetie uit het Oude Testament beloofde nogal wat. Veel Joden zagen uit
naar de komst van de Messias, vooral tijdens de Romeinse overheersing. Steeds als God een bevrijder stuurde, dan
vocht hij tegen
Israëls vijanden; vandaar dat de Joden de Messias op de eerste plaats verwachtten als een politieke
held. |
Er waren ook mensen die de zonde en de gevolgen daarvan als een
grotere vijand zagen dan de vijandelijke bezetting van hun land, mensen die
uitzagen naar de Messias als de bevrijder van hun ziel.
Maria zal tot die laatste groep mensen behoord hebben. Maar het zal wel nooit in haar hart of gedachten opgekomen zijn dat zij
zelf de moeder van
de Messias worden zou!
NAZARETH
Uit Nazareth? Kan daar iets goeds vandaan komen?
vroeg Natanaël aan Filippus toen hij over Jezus hoorde.
Nazareth scheen in die tijd één grote asociale buurt geweest te zijn. Daar vonden de rituele slachtingen plaats. En het is inderdaad opvallend dat in die
steden waar veel slachthuizen waren, er ook veel criminaliteit ontstond (bv. Oss en
Chicago). En juist in zo'n stad kiest God een moeder voor de Messias uit.
Maria was een oprecht meisje, eenvoudig en rein, dat is wel zeker, en dat was heel wat
voor een meisje uit Nazareth. Zij zal waarschijnlijk in een godvrezend gezin
opgegroeid zijn.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: Gegroet Maria, je
bent begenadigd, de Heer is met je. Ze schrok hevig bij het horen van
zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel
zei tegen haar: Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken.
Altijd als een engel verschijnt zien we dat hij zegt:
vrees niet, en dat is
begrijpelijk.
Een engel komt rechtstreeks van God en weerspiegelt Zijn licht. En Zijn licht is
behalve een heerlijk licht ook een allesopenbarend licht. En als zo'n licht op
je schijnt dan worden je angstig vanwege alles wat zichtbaar wordt.
|
Maar God had besloten Maria genadig te zijn, en hoe!
Luister, je zult zwanger worden en een
zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon
van de Allerhoogste worden genoemd, en Jahweh God zal hem de troon van zijn
vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van
Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.
Maria moet een sterk besef gehad hebben dat zij
afhankelijk was van genade, anders zou het haar flink naar het hoofd hebben
kunnen stijgen. Maar blij is zij natuurlijk wel.
|
 |
De engel Gabriël vertelt haar dat haar nicht Elizabeth
zwanger is - haar kind zal Johannes de Doper worden. Maria reist direct naar haar
toe en daar roept zij haar blijdschap uit:
Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart
juicht om God, mijn redder: hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Dat is geen versje wat zij opgezegd heeft; reken maar dat zij in vreugde haar
amen naar God uitgestrekt heeft, en de buren zullen haar blijdschap wel gehoord
hebben!
En zij vervolgt met God te prijzen omdat Hij zo omziet naar de eenvoudigen en
armen, en omdat Hij Zijn beloften aan Israël nakomt.
BETHLEHEM
Maria werd uitverkoren voor een bijzondere taak -
draagmoeder te worden van Gods Zoon - een weg over rozen, maar wel met nogal wat
dorens erbij.
Het begon direct al met spot en veroordelingen, omdat zij ongehuwd zwanger was.
Haar verloofde wilde haar al laten vallen. En misschien had de familie haar al
verstoten. En wat voor 'n verdediging had zij? Vertellen dat zij door de heilige
Geest zwanger was geworden?
|
 |
En daarna die lange reis
vanwege een volkstelling door de keizer. Er reist geen vroedvrouw mee, de ezel
zonder vering trekt geen caravan, overnachten in de buitenlucht
zonder tentje en opblaasbaar matras, enz.
In Bethlehem aangekomen bleek er geen plaats voor hen te zijn, terwijl de
weeën bij haar al begonnen waren. Uiteindelijk moest ze gaan bevallen in
een stinkende stal zonder verwarming, stromend water of douche. |
Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar
bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde
Hem in een doek en legde Hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was
in het nachtverblijf van de stad.
Hier staat "eerstgeborene". Zoiets wordt
natuurlijk alleen gezegd als er daarna andere kinderen gevolgd zijn. In Matteüs
1:25 staat: hij nam haar bij zich
als zijn vrouw, maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar
zoon gebaard had. Daarna had hij dus wel
gemeenschap met haar, anders stond er niet "voordat". En in Matteüs 13:55 staat:
Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef
en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet
allemaal bij ons?
Jakobus, die ten tijde van
Petrus en Johannes de voorganger van de gemeente van Jeruzalem was, wordt in
Galaten 1:19 door Paulus aangeduid als de "broer van de Heer".
Dus dat idee van Maria altijd maagd is niet uit de Bijbel genomen.
|
Er waren behalve allerlei moeilijkheden ook grote bemoedigingen, zoals
bijvoorbeeld het bezoek van de herders met hun woorden en later van de
wijzen uit het oosten met hun cadeaus, waar ze een tijd van hebben
kunnen leven. De uiterlijke omstandigheden leken allemaal tegen te
zitten, maar God bleek met een geweldige zorg en liefde aan het werk te
zijn. Dat bleek ook uit de engelen die Jozef verschillende malen
toespraken. |
 |
Zo kan het in ons leven ook gaan: juist moeilijke omstandigheden oefenen
ons in vertrouwen op God, zij voorkomen dat wij hoogmoedig worden. En
bemoedigingen houden ons overeind. Deze beide
dingen hadden Maria en Jozef hard nodig als basis voor de komende opvoeding van
Jezus, die zij samen
met God moesten doen.
JERUZALEM
|
Toen Jezus 8 dagen oud was brachten Jozef en Maria Hem
naar de tempel om Hem aan God op te dragen en te besnijden, zoals het gewoon was bij de Israëlieten. |
|
 |
Er was daar een wonderlijke ontmoeting met Simeon en Anna, godvrezende mensen.
De Bijbel vertelt:
Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder:
Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist
zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u
als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen
aan het licht komen.
Er zou een zwaard door haar hart gaan... |
Hier wordt natuurlijk geen letterlijk zwaard bedoeld en met deze profetie wordt dus niet het lijden mee bedoeld dat zij bijvoorbeeld
gevoeld heeft toen haar zoon aan het kruis leed, maar daar wordt Gods Woord mee
bedoeld dat af en toe diep in haar hart zal doordringen om een reinigend en
herscheppend werk te doen.
Overal waar in geestelijke zin over een zwaard gesproken wordt in de Bijbel,
wordt er het Woord van God mee bedoeld.
In Hebr. 4:12 staat: Want levend en krachtig is
het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door
tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de
opvattingen en gedachten van het hart te ontleden. Niets van wat geschapen is
blijft voor hem verborgen, alles is onverhuld en volkomen zichtbaar voor de ogen
van hem aan wie wij rekenschap moeten afleggen.
|
Jezus heeft verschillende malen dingen tegen
haar gezegd die diep snijdend door haar heen zijn
gegaan, wel in een geest van liefde, maar die voor de
natuurlijke mens erg pijnlijk zijn.
Het begon al toen Hij twaalf werd en in Jeruzalem zonder wat te zeggen drie dagen bij zijn ouders
wegbleef. |
|
 |
Na drie dagen vonden ze hem in de tempel,
waar hij tussen de leraren zat, terwijl Hij naar hen luisterde
en hun vragen stelde. ... Toen zijn ouders hem zagen, waren ze
ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: Kind, wat heb je ons
aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je
gezocht. Maar hij zei tegen hen: Waarom hebt u naar me
gezocht?
Wist u niet dat ik in het huis van
mijn Vader moest zijn? Maar ze begrepen niet wat hij tegen
hen zei. |
JEZUS' OPTREDEN
Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in
Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen
waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de
moeder van Jezus tegen hem: Ze hebben geen wijn meer. Wat heb ik met
u van doen, vrouw? zei Jezus. Mijn tijd is nog niet gekomen. Daarop sprak
zijn moeder de bedienden aan: Doe maar wat hij jullie zegt, wat het
ook is.
(Johannes 2:1-5).
|
Hier zien we dat God Maria gebruikt om Jezus tot het
eerste wonder aan te zetten. In eerste instantie wijst Jezus
haar
af en opmerkelijk is dat Hij haar vrouw noemt en niet moeder. Hij
wil haar erop wijzen dat de natuurlijke band met haar van geen
belang is. Hij gehoorzaamt haar niet omdat zij zijn
moeder is, maar Hij gehoorzaamt de Vader die op dat moment door haar spreekt.
Toen Jezus haar afwees, had zij tegen de bedienden kunnen zeggen;
“doe wat ik zeg en breng vaten naar Jezus”, maar dat doet ze
niet. Ze stelt heel bewust Jezus in het midden. Zij beseft dat
alles om Hem draait. |
 |
Een andere pijnlijke situatie ontstaat als Jezus haar weer
afwijst terwijl Hij het volk onderwijst.
Terwijl Hij nog met de mensen in gesprek was,
dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen hem
dringend te spreken. Iemand zei tegen hem: Uw moeder en uw broers
staan buiten, ze willen u spreken. Hij antwoordde: Wie is mijn moeder en
wie zijn mijn broers? Hij maakte een gebaar naar zijn
leerlingen en zei: Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder
die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.
Dat was hard, maar Simeon had haar
gewaarschuwd. Hier laat Jezus zien dat zijn familie niet kan claimen een
speciaal recht op Hem te hebben. Hij snijdt de natuurlijke band door en
wijst op de geestelijke banden. Maria en zijn broers en zussen moesten
dezelfde weg gaan als alle anderen; ze hadden geen wit voetje bij God
omdat ze familie waren.
|
 |
Zo ook, toen Hij aan het kruis hing.
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling
van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: Vrouw, dat is uw zoon,
en daarna tegen de leerling: Dat is je moeder.
Hij noemt haar weer gewoon 'vrouw', niet moeder.
En na de opstanding verschijnt Hij het eerste aan Maria Magdalena, niet aan zijn
moeder.
Allemaal gebeurtenissen die zeker door Maria heen gesneden zijn, maar die nodig
waren om haar duidelijk te maken dat zij zoals iedereen was en geen rechten kon
ontlenen aan het feit dat zij Jezus' moeder was.
Maria was eigenlijk niet meer dan een draagmoeder. Jezus
als Zoon van God bestond al. |
In de brief aan de Kolossenzen schrijft Paulus over
Jezus: Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,
eerstgeborene van heel de schepping: in Hem is alles geschapen, alles in de
hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers,
machten en krachten, alles is door Hem en voor Hem geschapen. Hij bestaat
vóór alles en alles bestaat in Hem.
Maria is dus door Hem geschapen. En voordat Hij
door de Heilige Geest als baby'tje in haar kwam, had Jezus gezegd:
Hier ben ik, want dit staat in de boekrol over Mij
geschreven: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.
Dit kunnen we lezen in de Hebreeënbrief. En Jezus is
gekomen om ons schuldoffer te zijn. Hij en niet Boeddha, Mohammed, Maria of
welke heilige dan ook heeft dat gedaan, daarom:
Door niemand anders kunnen wij worden gered, want Zijn naam is de enige op aarde
die de mens redding biedt. Dit zeiden de apostelen
tegen de hogepriester en alle leiders van het volk.
Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens
Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen,
zegt Paulus ook. En als Maria daarbij nodig zou zijn geweest, dan hadden de apostelen dat zeker
gezegd.
Maar waarom hebben vele gelovigen Maria die rol gegeven
van middelaarster tussen God en de mens?
DE HEILIGE GEEST
De mensheid heeft de vervulling met de heilige Geest
verloren door de zonde. God kan niet één zijn met mensen die zich van Hem afkeren,
genot achternalopen en de liefde opzij
schuiven.
Vervulling met de heilige Geest betekent: God woont ín je
- er is dan een heel intieme persoonlijke band. Dat je gelovig bent wil niet
zeggen dat God dan automatisch in je woont. Je kunt Hem er wel om vragen.
Pinksteren is de bekroning op Jezus' werk aan het kruis en
zijn opstanding; Hij heeft de weg naar God vrij gemaakt, én de weg van God naar
ons. Zo komt God door de heilige Geest tot ons, als wij dat willen.
|
Op het eerste pinksterfeest waren er 120 mensen aanwezig.
Ook Maria was daar. Ook zij hunkerde naar die volle gemeenschap met God, het
blijvend één worden met Hem. En ook zij ontving de doop in de heilige Geest en
sprak in nieuwe talen. Ook voor haar moest de weg naar God vrijgemaakt
worden door Jezus.
De kerk heeft dit besef - dit gedoopt kunnen worden in Gods Geest -
door de eeuwen heen verloren. |
 |
De kerk is de heilige Geest kwijtgeraakt en heeft het op willen vullen met Maria.
Het is Zijn taak ons steeds bij God te brengen en Jezus te
verheerlijken. Hij is het die ons troost, onderwijst,
bemoedigt. De Heilige Geest is heel zachtmoedig, vriendelijk, troostend,
helpend, zoals een moeder. Als we Hem niet hebben en we weten niet dat Hij
bestaat, dan zoeken we andere oplossingen om onze leegte op te vullen. Zo is de
Mariaverering ontstaan.
Maria had een band met God en een intieme omgang met
Jezus, maar het werkelijke samensmelten in geestelijke zin met God kende zij
niet; het had toch allemaal een zekere afstand. Wel had zij er waarschijnlijk
al meer van kunnen proeven dan wie dan ook.
Voor velen van ons is
Jezus heengegaan en is God veraf gebleven. Maar Jezus is heengegaan om ons in
een veel directere band met de Vader te brengen en met zichzelf dan mogelijk was
toen Hij tussen de mensen rondwandelde. Maar voor die intiemere band moeten wij
onszelf zeer bewust openstellen en bereid zijn ons hele hart en ons hele leven
aan Hem over te geven.
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je
kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan
niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen,
zegt Jezus in Matteüs 7.
|
 |
DE MARIAVERERING
Er is o.a. in de Roomse en Oosters-orthodoxe kerk een sterke Mariaverering, die
echter in geen enkel opzicht een Bijbelse basis heeft. Maria neemt er in feite
de plaats van Jezus in.
Als men bijvoorbeeld de gebeurtenissen in Lourdes grondig bestudeert, valt op
dat niet éénmaal de naam Jezus valt, niet door de verschijning, niet door
Bernadette.
In een van de laatste verschijningen zei ze: "Noem mij
niet meer Maria, maar Koningin van de hemel" (die zij in feite is).
Ten tijde van Jeremia ging God tekeer tegen de aanbidders van de Koningin van de
hemel:
|
"En jij, bid niet voor dit volk, kom niet
langer met smeekbeden, dring niet bij Me aan, want Ik zal niet naar je
luisteren. Zie je niet wat er in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem
gebeurt? De kinderen sprokkelen hout, de vaders stoken het vuur en de vrouwen
kneden deeg om koeken voor de koningin van de hemel te bakken. Ook krenken ze
Mij door wijnoffers aan andere goden te brengen".
Hieronder een overzicht van wat de Bijbel over Jezus zegt
en daarnaast over wat de 'Maria'verschijningen over zichzelf zegt en die door de
katholieke kerk erkend worden.
"De Joden in Berea waren welwillender
dan die in Tessalonica, want ze luisterden vol
belangstelling naar de verkondiging van het evangelie en bestudeerden dagelijks
de Schriften om te zien of het inderdaad waar was wat er werd gezegd."
(Hand. 17:11)
| Jezus |
'Maria' |
| |
|
Redder
Jezus ... Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam
is de enige op aarde die de mens redding biedt.
(Hand.
4:11-12)
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit
alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met
palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam. Luid
riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van
het Lam! (Openb. 7:9-10)
|
Mede-redster
(staat niet in de Bijbel en is er zeer ernstig mee in
conflict)
|
|
Lijdende dienstknecht
Hij was
veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met
ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; Hij was
veracht en wij hebben Hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft Hij
op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor
een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze
overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld;
de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door zijn striemen
is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden
ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons aller
ongerechtigheid op Hem doen neerkomen. (Jesaja 53:3-6)
|
Lijdende dienstmaagd
Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen
in Israël door Hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal
een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard
doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
(Lucas 2:34-35)
|
|
Verzoenend werk
voltooid
Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor
de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij
God te brengen. (1 Petrus 3:18)
De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw
dezelfde offers opdragen die de zonden nooit teniet zullen kunnen doen,
terwijl Hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn
plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen.
Door deze ene offergave heeft hij hen die zich door hem laten heiligen
voorgoed tot volmaaktheid gebracht.
(Hebreeën 10:11,12+14)
|
Verzoenend werk duurt
voort
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Middelaar
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de
Vader komen dan door Mij. (Joh. 14:6)
Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en
mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als
losgeld voor allen (1 Tim. 2:5)
|
Middelares (van alle
genade)
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Voorbidder
Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de
rechterhand van God zit, pleit voor ons.
(Romeinen 8:34)
Zo kan Hij ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij
voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.
(Hebr. 7:25)
|
Voorbidster
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Voorspreker
Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter
toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus
Christus, de rechtvaardige. Hij
is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor
die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
(1 Joh. 2:1-2)
|
Voorspreekster
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Verlosser
We zijn in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning
van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus. Hij
heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons
te reinigen en ons tot zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede
te doen.
(Titus 2:13-14)
Ik zag een
machtige engel die met luide stem uitriep: ‘Wie komt het toe de zegels
te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar er was niemand in de hemel
of op aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen en inzien....
En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te
ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw
bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke
stam en taal. (Openb. 5:2-3,9)
|
Mede-verlosseres
(staat niet in de Bijbel en is er zeer ernstig mee in
conflict)
|
|
Zonder zonde
God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde,
zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden.
(2 Kor. 5:21)
U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in Hem
geen zonde. (1 Joh. 3:5)
Iedereen
heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt
uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen
omdat Hij ons door Christus Jezus heeft verlost. (Rom. 3:23)
|
Zonder zonde
(onbevlekte ontvangenis)
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Alomtegenwoordig
Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn,
ben Ik in hun midden. (Mat. 18:20)
En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de
voltooiing van deze wereld. (Mat. 28:20)
|
Alomtegenwoordig
(goddelijke eigenschap)
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in conflict)
|
|
Goddelijk
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was
God...
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en
waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige
Zoon van de Vader.
(Joh. 1:1,14)
Dit zegt
Jahweh, Israëls koning en bevrijder, Jahweh van de hemelse machten: Ik
ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten Mij.
(Jes. 44:6)
|
Goddelijk
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Waardig aanbeden te
worden
Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles
en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het
Lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ (Openb.
5:16)
Maak geen
godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven
is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel
voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, Jahweh, uw God,
duld geen andere goden naast mij.
(Ex. 20:4-5)
Je moet God
aanbidden. (Openb. 22:9)
|
Waardig aanbeden te
worden
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in conflict)
|
|
Vredevorst
Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust
op zijn schouders. Deze namen zal Hij dragen: Wonderbare raadsman,
Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. (Jesaja 9:6)
Hij is het
hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is Hij, eerstgeborene van de
doden, om in alles de eerste te zijn: in Hem heeft heel de volheid
willen wonen en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn
bloed aan het kruis.
(Kolossenzen 1:18-20)
|
Koningin van de vrede
(staat niet in de Bijbel)
|
|
Koning der koningen
Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam ‘Hoogste Heer en koning’. (Openb.
19:16)
Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen
overwinnen (want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen). (Openb.
17:14)
Daarom heeft
God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven
gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel,
op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus
Christus is Heer’, tot eer van God, de Vader. (Fil. 2:9-11)
|
Koningin van de hemel
‘Wij schenken geen gehoor aan wat u in de naam van
Jahweh
tegen ons gezegd hebt. Wij doen onze geloften gestand, wij blijven voor de
koningin van de hemel wierook branden en wij blijven haar wijnoffers
brengen. Dat deden wij, onze voorouders, onze koningen en leiders ook in
de steden van Juda en de straten van Jeruzalem. (Jer. 44:16-17)
|
|
Laatste Adam
Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen
levend worden gemaakt.
Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend,
aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest.
(1 Kor. 15:22,45)
|
Laatste Eva
(staat niet in de Bijbel)
|
|
Lichamelijk ten hemel
opgenomen
Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel
opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.
(Markus 16:19)
Maar Christus
is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit
de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo
zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. (1 Kor. 15:20-22)
|
Lichamelijk ten hemel
opgenomen
(staat niet in de Bijbel)
|
|
Beschermer
|
Beschermster
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Verricht wonderen
Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de
grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door
zijn toedoen onder u heeft verricht. (Hand. 2:22)
Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel
overweldigd waren. (Hand. 10:38)
|
Verricht
nu wonderen
(staat niet in de Bijbel en is er ernstig mee in
conflict)
|
|
Profeet
Ik zal
in hun midden een profeet laten opstaan zoals jij (Mozes). Ik zal
Hem mijn woorden ingeven, en Hij zal het volk alles overbrengen wat ik
Hem opdraag.
(Deut. 18:18)
|
Profetes
(staat niet in de Bijbel)
|
|
Morgenster
‘Ik, Jezus,
heb mijn engel gestuurd om jullie deze dingen bekend te maken voor de
gemeenten. Ik ben de telg van David, zijn nakomeling, de stralende
Morgenster.’ (Openb. 22:16)
|
Morgenster
(staat niet in de Bijbel)
|
|
Vermorzelt satan onder
de voeten
Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen
openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.(Kolos.
2:15)
Deze echter
is, na een offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten
aan de rechterhand van God, voorts afwachtende, totdat zijn vijanden
gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. (Hebreeën 10:12-13)
|
Vermorzelt satan onder
de voeten
(staat niet in de Bijbel en is ermee in conflict)
|

Voor het getuigenis en
uitgebreide theologische uitwerkingen, geschreven door een voormalige
kloosterzuster, klik
hier. |