Inleiding
God is een God van wonderen, dat zien we om ons
heen in de natuur, in de kosmos, in ons eigen lichaam, overal.
En iedereen maakt wel eens omstandigheden mee waarvan hij of zij zegt:
“dat is geen toeval meer”.
Er is een God die van ons houdt, een goede herder,
een echt goede herder voor wie zich aan Hem toe durft te vertrouwen.
Ik heb vaak wonderen in mijn leven ervaren. En het
is niet zo dat je een ‘goeie’ christen moet zijn om wonderen in je leven
te ervaren. God is een God van genade. En misschien hebben zwakke
christenen juist meer wonderen nodig om overeind te blijven. Maar het is
ook zo dat we meer wonderen gaan ervaren naarmate we het geloofsavontuur
aan willen gaan: ‘risico’s’ nemen, op God vertrouwen in plaats van op
allerlei natuurlijke dingen, ‘waagstappen’ nemen, die achteraf geen
waagstappen blijken te zijn.

Wie kent niet het verhaal van de rijke man en de
arme Lazarus. Als er gesproken wordt van de rijke man denken we niet
snel aan onszelf. Maar het schijnt dat bijstandtrekkers in Nederland tot
de 2% rijkste mensen van de wereld behoren…
Arme mensen ervaren vaker Gods ingrijpen in hun
leven dan diegenen die alles zelf kunnen kopen. Voor ons wordt gezorgd,
wij zijn rijk en denken daarbij niet aan God.
Op een dag besloot ik geen kleren meer te kopen,
maar hiervoor op God te vertrouwen, gewoon als oefening in geloof.
Na een maand of twee werd het toch wel wat
moeilijk om bij deze beslissing te blijven: geen goeie broek meer. Ik
was gedwongen naar de winkel te gaan, maar ik voelde me helemaal niet
lekker toen ik erheen fietste. Toen ik de winkel binnen ging was ik zó
onrustig dat ik de winkel uitvluchtte en gauw naar huis ging. Thuis
gekomen zag ik aan de achterdeur een plastic tas hangen met twee nieuwe
spijkerbroeken erin. Ik was onder de indruk. Twee weken later kwam ik er
achter dat een vriend ze daar voor mij achtergelaten had. Op het moment
dat ik naar de winkel was gegaan, was hij langsgekomen. Hij had die broeken
voor hemzelf gekocht, maar ze bleken te klein en toen had hij aan mij
gedacht.
Maar ja, hoe kan
God sokken en onderbroeken geven bijvoorbeeld? Nou, onderbroeken had
iemand ook eens te klein gekocht.
Vaker gaf ik Bijbelstudies bij zigeuners. Er waren eens gasten daar die
zo blij waren met mijn preek dat ze me twintig paar nieuwe sokken gaven
(zij handelden daarin), genoeg dus om daar weer van uit te kunnen delen.
Op een dag was ik bij de leider van onze kerk en
ik vertelde hem dat ik voor schoenen eigenlijk geen geloof had, die had
ik wel een keer moeten kopen.
Toen we de deur uit liepen stonden er een paar Mefisto schoenen en
sandalen op de stoep bij het vuil; ze waren praktisch nieuw…en ze
pasten!
Toen de schoenen en ook de sandalen versleten
waren besloot ik nieuwe sandalen te kopen – ik kon er zo niet meer bij
lopen. Toch ging ik even op mijn knieën en zei: “Heer, ik moet wel
sandalen kopen nu, misschien vindt U dat geven nu welletjes geweest,
maar ik vraag U toch om sandalen”. Ik liep naar buiten om naar het
gemeentehuis te gaan. Aan de overkant riep een overbuurman mij en zei
”ik heb wat voor je”. Hij hield twee sandalen omhoog. “Ik hoef ze niet
te passen”, zei ik hem, “die passen mij”. Ik bedankte hem en vertelde
dat ik er net voor gebeden had. Hij keek me wat vreemd aan.
Toen die weer op waren bad ik weer om sandalen,
maar ging toch naar de winkel om ze te kopen. Diezelfde week gaf een
vriend mij splinternieuwe sandalen van buffelleer en een andere vriend
gaf mij diezelfde week ook een splinternieuw paar van een duur merk. God
heeft me even voor schuld gezet...
Na tien jaar voelde ik dat deze periode voorbij
was, dat ik weer zelf mijn kleren kon kopen. Maar ik kan het toch niet
laten om bij het winkelen God te betrekken om hele goeie dingen voor
weinig geld te vinden.
Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Om
deze reden zeg ik tegen jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over
wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding. Kijk
naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen
voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn
jullie niet waard dan de vogels! Wie van jullie kan door zich zorgen te
maken één el aan zijn levensduur toevoegen? Als jullie dus zelfs het
geringste al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de
rest? Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven
niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed
als een van hen. Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en
morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel
meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? Ook jullie
moeten niet nadenken over wat je zult eten en wat je zult drinken, en
jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. De volken van deze
wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt.
Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij
gegeven worden. Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie
het koninkrijk willen schenken. Verkoop je bezittingen en geef
aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat
in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door
geen mot kan worden aangevreten. Waar jullie schat is, daar zal ook
jullie hart zijn.’
(Lucas
12:22-34)

Van een uitkering leven is niet altijd makkelijk,
vooral niet toen met 4 kleine kinderen.
Ik ben gek op aalbessen en het was de tijd van de
aalbessen, maar die dingen werden nogal duur verkocht dus besloot ik ze
maar niet te kopen.
“Ach Heer, ik heb zo’n zin in aalbessen”, zei ik ’s morgens.
Tussen de middag werd er gebeld. Een man die ik niet kende stond voor de
deur. Hij hield twee kistjes aardbeien in zijn handen. “Hier, dat is
voor jullie, dat is overgebleven van de veiling”, zei hij verlegen en
ging weer weg.
Ik stond perplex, ik voelde de liefde van God en dat ontroerde me. Ik
moest wel een beetje lachen want het waren geen aalbessen. Schijnbaar
had God niet het hart van iemand die aalbessen heeft kunnen bewerken.
Maakt ook niet uit, ik was dankbaar en de kinderen en ik hebben heerlijk
gesmuld.
Een paar uur later werd er weer gebeld. De vrouw van de dominee stond voor
de deur. Ik kende ze wel, maar ze waren nog nooit bij mij thuis geweest.
In haar hand hield ze een grote plastic draagtas vol met aalbessen. ”Dat
is voor jullie”.
Die “kleine” wonderen! Als een verlamde voor mijn
ogen was opgestaan, dan had het niet meer indruk op mij kunnen maken dan
dit teder gebaar van liefde.
'Kijk
naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen
voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn
jullie niet waard dan de vogels!'
(Lucas 12:
24)

'Stel mij maar eens op de proef - zegt Jahweh
van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer,
zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van
de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat
neerdalen.'
(Maleachi
3:10)
“Ach, ik heb vergeten mijn tiende te betalen”. Ik
heb de gewoonte een tiende deel van mijn inkomen aan de kerk te geven.
Met mijn uitkering was dat f 150,- per maand en ik was twee
maanden vergeten te betalen. Ik keek in mijn portemonnee: er zat f
310,- in en dat was alles wat ik bezat. Het was 15 december, tien
dagen vóór kerstmis en we waren met z’n zessen: mijn vrouw, 4
kindertjes en ik. Ik hief mijn ogen op en vroeg : “Kan ik dit wel doen Heer?”
Ik ervoer een “ja” als antwoord. Direct maakte ik het over en trilde van
opwinding en verwachting van wat God zou gaan doen.
De volgende dag gingen we bij vrienden op bezoek.
We hadden hier niets over verteld. Toen we weggingen kregen we een zak
vol met etenswaren uit hun tuin mee.
De dag daarna waren we in de kerk. Negen maanden ervoor had ik iemand
wat verkocht en hij had het steeds niet betaald. Hij gaf het uit
zichzelf en voegde er geld aan toe omdat we zo lang hadden moeten
wachten; het was f 100,-. Maandagmorgen kwam een vroege
kerstkaart in de bus met f 100,-. Diezelfde week kregen we f
350,- van sociale zaken, een naberekening, enz. Op wonderlijke wijze
hadden we ineens f 1300,-. De kleine schulden die we hadden
konden we daarmee ook afbetalen.
God doet wat hij belooft!

Als we God willen dienen zal Hij altijd zorgen dat
we het materiaal daartoe hebben. Jarenlang heb ik vluchtelingen naar de
kerk gebracht en had dus altijd een auto nodig.
Op een gegeven moment besloot ik, nadat ik een paar jaar busjes had
kunnen lenen, zelf voor een busje te bidden. Ik bad en bad maar, maar
kreeg er geen. Uiteindelijk bad ik: ‘Heer, als u me geen busje wilt
geven, geeft U me dan minstens een klein autootje!’ Zaterdagavond riep
ik die noodkreet uit en maandagmorgen belde iemand mij op; ‘Wil je een
auto hebben?’ Ja dus. Ik weet niet eens meer wat voor ‘n merk het was,
maar het reed trouw, totdat de trouw op was... Ondertussen bleef ik voor
een eigen busje doorbidden. ‘Heer, geef me alstUblieft 40.000 gulden.’
(Dat leek me een redelijk bedrag.) En op een gegeven moment ontving ik
20.000 gulden. Maar voordat ik een busje gevonden had en voordat het
eindelijk door de rompslomp van het invoeren heen was, was het vervoer
weer in nood gekomen. ‘Heer, alstUblieft een auto.’ Een dag later kreeg
ik een Opel ‘duur’, die reed dus te duur en die heb ik later weer weggeven aan
christenen die van ver kwamen en geen vervoer hadden. ‘s Morgens weer:
‘Heer, alstUblieft een auto,’ en drie uur later stond er weer een voor
de deur (oefening in gebed baart kunst). Met deze Ford Taunus heb ik
kunnen rijden totdat het Volkswagenbusje beschikbaar was. Halleluja!
Nu bleek waarom ik nooit eerder zelf een busje had
gekregen. De belasting lag veel te hoog. Maar net twee maanden voordat
God me het geld gaf om er zelf een te kopen was de wet veranderd, zodat
busjes op geel kenteken een camper kunnen worden en nog maar een kwart
van de belasting hoeven te betalen. Dus heb ik gauw een camper van dit
busje gemaakt en nog plaats overgehouden om zeven personen mee
te kunnen nemen (en de rest). Ook de verzekering bleek stukken
goedkoper. God weet wat Hij doet...

Afrika
Daar had ik al jaren heen willen gaan en ineens kreeg ik een adres in
Ouagadougou, Burkina Faso.
Maar geen geld...
Ik besloot mijn busje te verkopen om de vliegreis te betalen en zette 'm
op Marktplaats. Het was raar, maar ik had God in mijn hart horen zeggen
dat ik 'm zou verkopen na het afronden van mijn schooljaar. Ik hoopte
dat iemand 'm zou kopen met al die grote Bijbelteksten in allerlei talen
erop... Eén dag na het afronden van mijn schooljaar heb ik 'm verkocht.
En nu komt het leuke: degene die mij het adres in Burkina had gegeven,
had ook aan iemand anders een adres in Bulgarije gegeven; daar had hij
een vriendin ontmoet en had nu een busje nodig om op en neer te reizen.
En we ontmoetten elkaar dus op internet.
Eén jaar ben ik in Ouagadougou geweest zonder
uitkering, loon of vaste giften. Enkele maanden voor ik terug zou gaan
kreeg ik het financieel wat benauwd. Een zondag kreeg ik een profetie
dat ik zou gaan reizen en dat ik me geen zorgen om geld moest maken. De
volgende dag sprak ik met iemand die in Afrika verantwoordelijk is voor
het bereiken van de onbereikte stammen met het evangelie. Hij nodigde
mij uit mee te gaan naar de grensstreek met Liberia. "Dat is goed", zei
ik,
"maar dan moet ik eerst om geld bidden." Dezelfde week kreeg ik 4.000
Mark toegezegd van een geloofsgemeenschap in Duitsland waar ik een jaar
bij geweest was.
Al met al heb ik ruim € 500 per maand uit kunnen
geven en zelfs een nieuw motortje kunnen kopen.
God is absoluut betrouwbaar!
'Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan
zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen
zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor
zichzelf.'

 |