|
|
Dichter tot Jehovah
Zij zullen Mij allen kennen, van de geringste tot de grootste van
hen
Voorwoord
Jehovah roept
ons op zijn getuigen te zijn.
Jehovah heeft
ons mensen lief. Hij verlangt ernaar zich aan ons te openbaren.
Van die kracht,
die tastbare liefde van Hem in ons persoonlijk leven, daarvan mogen
wij getuigen.
De liefde
verlangt volkomen te verlossen. God verlangt ons vrij en gelukkig te
maken en zijn Koninkrijk ook in een ieder van ons persoonlijk te
openbaren. De Bijbelaanhalingen zijn genomen uit de Nieuwe-Wereldvertaling van de christelijke Griekse Geschriften, vertaald uit de Engelse vertaling van 1961.
Scheiding brengt lijden. En scheiding was er gekomen tussen Jehovah en de mens door de zondeval. En het lijden is er aan Gods kant en aan onze kant.
Indien er
geen bloed wordt vergoten geschiedt er geen vergeving
(Hebr. 9:22). God is rechtvaardig èn Hij is liefde. Daarom stuurde Hij zijn Zoon om zijn bloed te laten vloeien in plaats van het onze. Wat een liefde! Door zijn offer zijn wij voor eeuwig gered en in gemeenschap met de Vader gebracht (mits wij dit in geloof aannemen...)
Die nacht dat
God tot mij naderde deed Hij mij meer en meer de diepte van mijn
zonde, mijn liefdeloosheid, beseffen. Het maakte mij radeloos van
verdriet en wanhoop, en ik verlangde uit dit leven te verdwijnen.
Door God
vergeven worden is iets geweldigs. En wat hunkeren veel mensen
hiernaar.
Als wij niet
persoonlijk de dood en opstandingskracht van Christus ervaren
hebben, als wij niet persoonlijk zijn vergeving hebben ontvangen en
in persoonlijk contact met Hem zijn gekomen, dan kunnen wij geen
getuigen van Hem zijn en geen verkondigers van de blijde boodschap.
IN GEMEENSCHAP MET GOD En zij zullen geenszins een ieder zijn medeburger en een ieder zijn broeder leren, zeggende: "Ken Jehovah!" Want zij zullen mij allen kennen, van de geringste tot de grootste onder hen. Want Ik zal barmhartig zijn ten aanzien van hun onrechtvaardige daden, en Ik zal hun zonden geenszins meer gedenken (Hebr. 8:11-12). Als uw zonden u vergeven zijn en u Jehovah persoonlijk kent, dan hebt u deel aan het nieuwe verbond. De Joden hadden nauwelijks persoonlijke omgang met Jehovah. De hogepriester mocht als enige eenmaal per jaar in het Allerheiligste komen. Een groot gordijn maakte scheiding tussen God en het volk.
Toen Jezus
aan het hout stierf, gebeurde er iets indrukwekkends: En
zie! het gordijn van het heiligdom scheurde van boven tot onder in
tweeën
(Matt. 27:51). Ik ben de Weg, zegt Jezus; Hij zegt niet "mijn leer is de weg". Hij wijst op het persoonlijke. En Hij zegt: Komt tot mij en niet "Komt tot mijn leer". Kijk maar hoe David, een man naar Gods hart, met Hem omging (in de psalmen), zo persoonlijk - als voorbeeld voor ons opgeschreven.
God is liefde en hij verlangt een totale eenheid met ons, mensen. En ook onze grootste en diepste behoefte is het ontvangen van liefde en het geven ervan. Onpersoonlijke liefde bestaat niet. Een liefdesband met iemand waar we geen omgang mee hebben kan ook niet. Kennis, profetieën, talen, zij zullen verstommen, maar de liefde blijft. Als wij veel kennis opbouwen en hard voor Hem werken, maar niet die rechtstreekse liefdesband met Hem onderhouden, dan houden wij straks niets over... Persoonlijke omgang met Jehovah krijgen is het grote geheim van het evangelie, en hoe weinigen leren dit geheim kennen en blijven steken bij studies. Zoudt u een vriend of een levenspartner willen hebben, die alle kennis over u en uw doen en laten verzamelt en doorvertelt, maar nooit bij u komt zitten. Ik niet!
GEEFT GOD MET MATE?
Het eerste
wat wij te doen hebben, is Christus aanvaarden als onze middelaar en
verlosser. En dan volgt de belofte van God uit Joh. 1:12:
Als u een
kind van God bent, dan bent u uit het geloof geboren en dan bent u
tot het werkelijke levende geloof gekomen.
We kennen allemaal de ruzies die kunnen ontstaan rond erfenissen, zelf dat de een de ander probeert te onterven, geheel of gedeeltelijk. Zelfs het gezin van God is daar niet schoon van...
In vers 12
zegt Paulus verder: Vullen doet God ons voor onszelf en overvloeien doet Hij ons voor onze naasten. Zo hebben wij velen tot geloof en overgave zien komen, door de liefde en blijdschap die gelovigen uit kunnen stralen, want dat doet hen open staan voor de 'geest der waarheid'. Ons verstand is vaak een ernstige hinderpaal voor het ontvangen van Gods zegeningen. Ons denken moet nog behoorlijk vernieuwd worden en beetje ongeloof mag ook wel weg. Jezus zegt dan ook: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een jong kind, zal er geenszins binnengaan. U bent van harte uitgenodigd!
ARMAGEDDON
Gebed is gemeenschap met Jehovah en vanuit die eendracht kunnen wij leven en werken. Gebed is een kracht tot overwinning. Liefde is de grootste eigenschap van God en dat behoort ook de onze te zijn.
Jehovah heeft
uit liefde Jezus gezonden. Jezus is uit liefde voor ons gestorven
èn opgestaan. Uit liefde heeft Hij de heilige Geest gezonden;
de liefde van God is in ons hart uitgestort
door middel van de heilige geest, die ons werd gegeven,
zodat het evangelie weer uit liefde kon worden doorgegeven.
Jezus is
gekomen om allen die uit vrees voor
de dood hun leven lang aan slavernij
(aan de duivel)
onderworpen waren, te bevrijden (Hebr.
2:15). De basis van onze redding ligt in de onverdiende goedheid van Jehovah voor ons. En die goedheid wordt ons deel door ons geloof.
Joh. 8:32
zegt: ...gij zult de waarheid kennen
en de waarheid zal u vrijmaken.
Wie gelooft heeft eeuwig leven", zegt Jezus (Joh. 6:47) en in Hebr. 7:25 staat: "Jezus is in staat om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen volledig te redden, daar hij altijd leeft om voor hen te pleiten ...veelmeer zullen wij daarom, aangezien wij nu door zijn bloed rechtvaardig zijn verklaard, door bemiddeling van Hem van gramschap worden gered (Rom. 5:9). Klamp u aan zijn woord vast, het is uw schild. En sla met dit zwaard van de Geest de leugen en zijn vader weg. God houdt van u, zijn kinderen zal Hij nooit verloren laten gaan. Wie zich aan Hem vastklampen en bij Hem schuilen zal Hij niet verstoten.
GETUIGEN
Jehovah
getuigt van zijn Zoon, zoals we kunnen lezen in I Joh. 5:9-10. Hij
stelt Jezus centraal. In de twee daaropvolgende verzen lezen we:
Ook de
heilige Geest getuigt van Jezus:
Ook wij mogen
van Hem getuigen: gij zult getuigen
van mij zijn (Hand. 1:8) en dan
kunnen wij zeggen, samen met allen die God dienen:
wij hebben het werk dat bestaat in het
getuigenis afleggen omtrent Jezus (Openb.
19:10).
Terwille van dezen worden wij uitgezonden, om te spreken over wat wij weten, en getuigenis af te leggen van wat wij gezien hebben. Getuigen en verkondigen...maar hoe? Met woord en daad in ieder geval, want spreken over geloof en liefde zonder daden is een lege dop geven. En in al ons werk voor God wil God zelf ons leiden. Jezus zegt in Joh. 3:8: de wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort het geluid ervan, maar gij weet niet waar het vandaan komt en waar hij heengaat. Zo is een ieder die uit de geest is geboren. Hier duidt Jezus erop dat zijn dienstknechten niet op de eerste plaats door verstand, plicht, gevoel, of wat dan ook geleid worden, maar door de geest. En de geest werkt niet in vaste patronen. Dat zien we bijvoorbeeld hoe Jezus mensen genas - dat was iedere keer anders.
Iedere situatie vereist een andere opstelling. Het is goed regelmatig de rust en stilte van God in te gaan; wij zijn dan ook als instrumenten van God die zijn werkplaats binnenkomen om bijgeslepen te worden. Wij kunnen ons daar laten zuiveren van verkeerde motieven; wij kunnen ons daar laten bevrijden van vrees en krampachtigheid. Wij kunnen ons laten vullen met zijn heerlijkheid en ons laten onderwijzen in de dingen van het Koninkrijk. Gods stilte in gaan...daar is moed voor nodig. Maar juist in deze tijden van gebed en bezinning zal Jehovah ons dichter bij zich trekken en ons meer en meer met zijn geest vervullen. En zo wordt Jezus' belofte uit Joh. 14:12 langzamerhand ons deel: Wie geloof oefent in mij, zal ook zelf de werken doen die ik doe; en hij zal grotere werken dan deze doen... Gelooft u dat? Als wij ons alleen door Gods geest laten leiden, dan zullen de mensen God gaan herkennen en zijn liefde voor hen zien. Zo zullen de harten voor Hem gewonnen worden. En waar een hart gewonnen is, daar zal alle kracht, ziel en verstand ingezet worden om Hem te dienen. Looft Jah! En zo wordt het vuur doorgegeven.
Dit is mijn Zoon, de geliefde, die ik heb goedgekeurd; luistert naar hem, zegt Jehovah in Matt. 17:5. En Jezus zelf zegt: Volg mij. Hèm moeten wij volgen, want alleen Hij is volmaakt en volkomen te vertrouwen; een mens of organisatie is dat niet. We mogen elkaar wel begeleiden en leren, maar zonder daarbij heerschappij over elkaar uit te oefenen. Jezus is daar in Matt. 23:8-10 heel duidelijk over. Ook Paulus zegt in diezelfde geest: Niet dat wij meesters over uw geloof zijn, maar wij zijn medewerkers tot uw vreugde, want gij staat door het geloof (II Kor. 1:24). Wij mogen niet over het leven van elkaar en over het geloof van de ander heersen. Toch gebeurt het veel, zelfs in de Wachttorengemeenschap. God wil ons daar weerbaar tegen maken: als u angst voelt voor de gemeente of de organisatie omdat u een afwijkende mening hebt op een of meerdere punten, terwijl u weet dat u oprecht voor God staat, dan moet u weten dat angst nooit van God komt om u te beteugelen, maar van de satan om u te dwingen. Dan mag u in de naam van Jezus deze geest van macht en controle bestraffen en onverschrokken luisteren naar de stem van de herder. Dit is het laatste wat de duivel wil: dat u persoonlijk contact met Jezus krijgt, zijn stem hoort en Hèm volgt. God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht en van liefde en van gezond verstand (II Tim. 1:7). En in I Tim. 2:5 staat: Er is één God en één middelaar tussen God en de mensen, een mens, Christus Jezus. Er zijn kerken die Maria als extra middelaar ertussen zetten, of priesters, of apostels, of het gezalfde overblijfsel... Dit moet zo niet zijn. In het begin na mijn bekering heb ik vaak naar de sleutel gezocht om in de volle waarheid te kunnen blijven. Plotseling zag ik het: Jezus zegt: Ik ben de weg. Toen begreep ik dat ik Hemzelf vast moest houden en Hem in al mijn wegen moest kennen - dan zat ik altijd op de goede weg. Wat zijn afdwalingen? Dat is het persoonlijk contact met God door Jezus verliezen. Jezus zelf is de 'ark van Noach', daarom predikten zijn discipelen altijd Hèm en niet hun organisatie of kerk. En Jezus zegt in Joh. 6:37: Wie tot mij komt, zal ik geenszins verdrijven, nooit! ook niet als anderen of zelfs uw gemeente u uitstoot en verdrijft, want Hij blijft getrouw.
Jehovah zegene u!
Wij zijn zo
gewend beperkt van God te denken, terwijl wij het onmogelijke van
Hem mogen verwachten. Hoe vaak moedigt Jezus ons niet aan te bidden
en te geloven dat we ontvangen wat we bidden?
Voor meer informatie en hulp: http://www.freedom4all.net/
|
||||||||||||||||||||||||